Citaat | Hoge Raad 19 september 2017
Onder 3.7. Hoge Raad 19 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2413.
Het oordeel van het Hof dat "aannemelijk [is] dat verdachte als gevolg van het eerdere incident boos is geworden, maar hetgeen in dit verband naar voren is gebracht volstrekt niet toereikend [is] om te kunnen spreken van een dusdanig hevige gemoedstoestand die nodig is voor een geslaagd beroep op noodweerexces" is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Het Hof heeft immers, in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd en de als bewijsmiddel gebezigde verklaring van de verdachte dat hij "zo ongelooflijk boos" was, in zijn overweging niet duidelijk gemaakt of het een hevige gemoedsbeweging als bedoeld in art. 41, tweede lid, Sr niet aannemelijk heeft geacht dan wel of het de door het gestelde eerdere incident veroorzaakte gemoedsbeweging niet van doorslaggevend belang heeft geacht voor de verweten gedraging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677, en de alinea staat in dat document op bytes 18242 tot 19107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b9ecab30ed8a19f3f6a7587039bd955829ad1caaa30dc1ef53b2931b8240677 | shasum -a 256