Citaat | Hoge Raad 14 februari 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 14 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:242.
"De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar pleitnotities bepleit dat de verdachte onrechtmatig is gefouilleerd en dat de grens van een onderzoek in de zin van artikel 9 lid 2 Opiumwet is overschreden, doordat de verbalisant met zijn hand in de onderbroek van de verdachte is gegaan. Zij meent dat hiermee sprake is geweest van onderzoek aan het lichaam. Bovendien was dit onderzoek niet noodzakelijk en niet proportioneel, aldus de raadsvrouw. De raadsvrouw heeft bepleit dat deze onrechtmatige fouillering dient te leiden tot bewijsuitsluiting en dat de verdachte daarom behoort te worden vrijgesproken van het bij de zaak met parketnummer 09-099303-14 ten laste gelegde. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat door de opsporingsambtenaar juist zorgvuldig is opgetreden, nu tot twee maal toe aan de verdachte de uitlevering van het voorwerp is gevorderd, maar de verdachte dit weigerde. Volgens de advocaat-generaal is het niet aannemelijk dat de verbalisant bij het vinden van het voorwerp met verdovende middelen het lichaam van de verdachte heeft aangeraakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee9f4645b05a53fb6a45e3a75ec95d4d6dd580ce7e31b36b300d8234aeb98d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee9f4645b05a53fb6a45e3a75ec95d4d6dd580ce7e31b36b300d8234aeb98d4, en de alinea staat in dat document op bytes 8119 tot 9249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eee9f4645b05a53fb6a45e3a75ec95d4d6dd580ce7e31b36b300d8234aeb98d4 | shasum -a 256