Citaat | Hoge Raad 14 februari 2017

Onder 2.4. Hoge Raad 14 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:242.

Uitgaande van het oordeel van het Hof dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv, is, gelet op de hiervoor aangeduide motiveringsvoorschriften, 's Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting het rechtsgevolg moet zijn van het door het Hof aangenomen verzuim, niet naar behoren met redenen omkleed. Daarbij heeft het Hof overwogen dat deze bewijsuitsluiting noodzakelijk is "om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm" en dat de bewijsuitsluiting gerechtvaardigd is vanwege "het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat hierdoor is veroorzaakt, en mede gelet op de relatief geringe ernst van het strafbare feit waarvan sprake is en waardoor geen directe slachtoffers zijn getroffen".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eee9f4645b05a53fb6a45e3a75ec95d4d6dd580ce7e31b36b300d8234aeb98d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eee9f4645b05a53fb6a45e3a75ec95d4d6dd580ce7e31b36b300d8234aeb98d4, en de alinea staat in dat document op bytes 22236 tot 23148.