Citaat | Hoge Raad 29 september 2017

Onder 2.3.3. Hoge Raad 29 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2461.

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 1 maart 2002, nr. 36020, ECLI:NL:HR:2002:AD9708, BNB 2002/141 (hierna: het arrest BNB 2002/141), heeft het Hof vervolgens overwogen dat indien een ondernemer betalingen verricht aan een andere ondernemer als regel ervan moet worden uitgegaan dat deze betalingen de tegenwaarde voor een prestatie vormen en dat een onbelastbare doorberekening van kosten de uitzondering op dit algemene uitgangspunt vormt. Naar het oordeel van het Hof – met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2014, nr. 12/03772, ECLI:NL:HR:2014:981, BNB 2014/160 (hierna: het arrest BNB 2014/160) - heeft de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een uitzondering op de hiervoor vermelde regel, aangezien hij onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangedragen die aannemelijk maken dat sprake is geweest van ‘kosten voor gemene rekening’ of van ‘een onbelaste schadevergoeding’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a2ccd67a23a39ea60926bf1a7072ec3e6930f5b2d60c0595e66e830e9f2c002. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a2ccd67a23a39ea60926bf1a7072ec3e6930f5b2d60c0595e66e830e9f2c002, en de alinea staat in dat document op bytes 13047 tot 14010.