Citaat | Hoge Raad 26 september 2017
Onder 2.4.2. Hoge Raad 26 september 2017
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2475.
De in art. 6 EVRM belichaamde beginselen van een eerlijk proces kunnen evenwel meebrengen dat het de ontnemingsrechter pas vrijstaat bepaalde feiten en omstandigheden te betrekken in zijn beraadslaging over de ontnemingsvordering als bedoeld in art. 511e, eerste lid aanhef en onder a, Sv nadat hij de partijen in de gelegenheid heeft gesteld zich daarover uit te laten. Daarvan zal met name sprake zijn indien het gaat om feiten en omstandigheden die, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder het verhandelde ter terechtzitting, het financieel rapport, de vordering en de inhoud van overige stukken van het geding, zodanig nieuw zijn dat partijen met het in aanmerking nemen daarvan geen rekening behoefden te houden en zulks een ontoelaatbare verrassingsbeslissing zou opleveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2dd72457205c0e42663a395348feaffef615b51c0910d9009df928f6a67dd56. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2dd72457205c0e42663a395348feaffef615b51c0910d9009df928f6a67dd56, en de alinea staat in dat document op bytes 13036 tot 13843.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2dd72457205c0e42663a395348feaffef615b51c0910d9009df928f6a67dd56 | shasum -a 256