Citaat | Hoge Raad 17 februari 2017
Onder 2.5. Hoge Raad 17 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:248.
Indien na verwijzing komt vast te staan dat belanghebbende moet worden aangemerkt als bestuurder van [D] Beheer (en derhalve als middellijk bestuurder van [A]), zal moeten worden onderzocht op welk moment de in artikel 36, lid 2, van de Wet bedoelde mededeling uiterlijk moest worden gedaan en, afhankelijk van het antwoord op die vraag, of belanghebbende is aan te merken als gewezen bestuurder in de zin van artikel 36, lid 5, letter a, van de Wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b58c7f9e3e14ed9ff2500d5c83223d989604b12dd550e93f9d4e97d196ed6b8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b58c7f9e3e14ed9ff2500d5c83223d989604b12dd550e93f9d4e97d196ed6b8a, en de alinea staat in dat document op bytes 11318 tot 11782.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b58c7f9e3e14ed9ff2500d5c83223d989604b12dd550e93f9d4e97d196ed6b8a | shasum -a 256