Citaat | Hoge Raad 26 september 2017

Onder 2.2.3. Hoge Raad 26 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2494.

"Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daaraan is kort gezegd ten grondslag gelegd dat er geen feiten en omstandigheden zijn waaruit volgt dat haar cliënt wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De door het CBR aangetekend verstuurde brief, inhoudende het besluit van 3 oktober 2012 tot ongeldigverklaring van het rijbewijs, is immers retour gekomen. Bovendien heeft de verdachte verklaard dat hij zich er niet van bewust was dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, aldus de raadsvrouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e25cd66df403553cf24ef377544db89aaaf851a38e15a4095b0269d6e6d4d51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e25cd66df403553cf24ef377544db89aaaf851a38e15a4095b0269d6e6d4d51, en de alinea staat in dat document op bytes 9949 tot 10611.