Citaat | Hoge Raad 26 september 2017

Onder 2.2.1. Hoge Raad 26 september 2017

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2499.

Op een later moment verklaart verdachte bij de politie dat hij niet weet of [betrokkene 3] op internet heeft ingelogd en ter terechtzitting verklaart verdachte dat hij nooit met [betrokkene 3] in België is geweest. Verdachte ontkent ter terechtzitting ook zelf op 11 februari 2011 in België te zijn geweest. [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij op 11 februari 2011 niet in België is geweest. Hij maakt alleen gebruik van internetbankieren vanuit zijn bedrijf (IP-adres [0008] ten name van [betrokkene 7] ). De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [betrokkene 3] over zijn afwezigheid in België wordt ondersteund door de analyse van het telefoonnummer van [betrokkene 3] , 06- [...] op 11 februari 2011. Uit het onderzoek naar diens telefoon kan worden afgeleid dat de telefoon van [betrokkene 3] zich op 11 februari 2011 tussen 01.26 uur en 23.22 uur bevond in Zevenaar. Vanaf 23.23.33 uur verplaatst het toestel zich naar Bemmel, Nijmegen in de richting van Lent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c5e3f87f0fdfaadc2b0083acf7113012d5e0858b97f6e5bc059767848ef9d77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c5e3f87f0fdfaadc2b0083acf7113012d5e0858b97f6e5bc059767848ef9d77, en de alinea staat in dat document op bytes 13785 tot 14774.