Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2017
Onder 3.5.3 Hoge Raad 6 oktober 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2560.
Art. 7:226 BW strekt ertoe dat een huurder bij de overdracht van het huurobject zijn huurgenot niet verloren ziet gaan. Het recht van die huurder is immers in beginsel obligatoir, en art. 7:226 BW heeft de functie om aan dat recht een zekere werking ten opzichte van rechtsopvolgers toe te kennen. De rechten en verplichtingen van de verhuurder gaan ingevolge die bepaling over op de verkrijger van de verhuurde zaak, die dan opvolgend verhuurder wordt. De regel van art. 7:226 BW, die aldus strekt ter bescherming van de huurder, wordt niet bezwaarlijk geacht voor de verkrijger, die immers het recht verkrijgt op de huurpenningen. Vgl. Kamerstukken II 1999-2000, 26 089, nr. 6, p. 28-29.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b92ca4d8bd54bac84993c19fd0b3d9a5c96abfadb3652d861749f96f73a79f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b92ca4d8bd54bac84993c19fd0b3d9a5c96abfadb3652d861749f96f73a79f87, en de alinea staat in dat document op bytes 14744 tot 15446.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b92ca4d8bd54bac84993c19fd0b3d9a5c96abfadb3652d861749f96f73a79f87 | shasum -a 256