Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2017

Onder 3.5.5 Hoge Raad 6 oktober 2017

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2560.

Uit de hiervoor in 3.5.4 als eerste geciteerde passage uit de parlementaire geschiedenis lijkt te volgen dat de wetgever art. 7:226 BW buiten toepassing heeft willen laten bij overdracht van een gedeelte van een verhuurde zaak. Dat zou betekenen dat die bepaling geen basis biedt voor bescherming van de huurder tegen de verkrijger van zo’n gedeelte. De wetgever heeft wel uitdrukkelijk voorzien in een wettelijke basis voor de bescherming van de huurder tegen de verkrijger van een recht van erfpacht, vruchtgebruik of opstal op een gedeelte van de verhuurde zaak. Volgens Kamerstukken II 1999-2000, 26 089, nr. 6, p. 34 (zie de passage die geciteerd is in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.9, slot) vallen dergelijke gevallen onder de reikwijdte van art. 7:227 BW. Toepasselijkheid van die bepaling brengt mee dat de huurovereenkomst met de oorspronkelijke verhuurder in stand blijft, maar dat de beperkt gerechtigde zich dient te onthouden van een gebruik dat het recht van de huurder belemmert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b92ca4d8bd54bac84993c19fd0b3d9a5c96abfadb3652d861749f96f73a79f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b92ca4d8bd54bac84993c19fd0b3d9a5c96abfadb3652d861749f96f73a79f87, en de alinea staat in dat document op bytes 17924 tot 18949.