Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2017
Onder 3.3.2 Hoge Raad 6 oktober 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2561.
Ingevolge art. 2 lid 1 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) geschiedt benoeming in het ambt van (onder meer) raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof bij koninklijk besluit. Art. 5g lid 1 Wrra bepaalt dat een rechterlijk ambtenaar bij een benoeming in een ambt voorafgaand aan de datum van indiensttreding de eed of belofte aflegt. Ingevolge art. 5g leden 2 en 4 Wrra kan beëdiging – behoudens een hier niet ter zake doende uitzondering – achterwege blijven indien het gaat om een opvolgende benoeming in een ambt bij hetzelfde gerecht, of indien het gaat om plaatsvervangers van rechtswege. Een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast in een rechtbank is ingevolge art. 40 lid 2 Wet RO van rechtswege rechter-plaatsvervanger in de overige rechtbanken, maar geen raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof. Hieruit volgt dat (ook) een rechter in een rechtbank, waarvan in dit geval sprake is, bij benoeming in het ambt van raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof, voorafgaand aan de datum van indiensttreding dient te worden beëdigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c31b2d4b613cdca1640b44e102669681a9d287231b4aa29bdf4d3c227974f42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c31b2d4b613cdca1640b44e102669681a9d287231b4aa29bdf4d3c227974f42, en de alinea staat in dat document op bytes 10784 tot 11877.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6c31b2d4b613cdca1640b44e102669681a9d287231b4aa29bdf4d3c227974f42 | shasum -a 256