Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2017
Onder 3.6.1 Hoge Raad 6 oktober 2017
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2569.
Bij die stand van zaken is er geen grond om het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding aldus uit te leggen dat de vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding (art. 6:203 BW) slechts kan worden ingesteld door de eindgebruiker, met uitsluiting van de betalingsplichtige. Nu de betalingsplichtige in het Nederlandse stelsel geen beroep kan doen op een vrijstelling van de heffing van thuiskopievergoeding voor zover hij aantoont dat hij de gegevensdragers levert aan anderen dan particuliere eindgebruikers, dient (ook) hem het recht toe te komen om een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde thuiskopievergoeding in te stellen. Een andere uitleg van het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding zou onverenigbaar zijn met het Unierecht, in het bijzonder de Auteursrechtrichtlijn, waaruit voortvloeit dat een uitsluitend recht op terugbetaling voor de eindgebruiker slechts toelaatbaar is indien tevens is voorzien in een vrijstelling van de heffing van thuiskopievergoeding voor de betalingsplichtige, als omschreven hiervoor in 3.5.3 (slot).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0443ff0a383e8db2fe8c8dd36420cd22adc7efe3052ce720cb771e049967d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0443ff0a383e8db2fe8c8dd36420cd22adc7efe3052ce720cb771e049967d01, en de alinea staat in dat document op bytes 26918 tot 28018.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0443ff0a383e8db2fe8c8dd36420cd22adc7efe3052ce720cb771e049967d01 | shasum -a 256