Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 oktober 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2578.
Mijn cliënt is in Duitsland veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden. Van deze gevangenisstraf heeft hij al een periode in Nederland in voorarrest gezeten. Er was sprake van een overleveringskwestie. Halverwege 2015 is hij naar Duitsland overgeplaatst. In deze zaak heeft hij mij verzocht een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak in te dienen. Ik ben niet gemachtigd om namens hem het woord ter verdediging te voeren. Hij wil gebruik maken van zijn aanwezigheidsrecht. Op het moment dat hij de helft van zijn straf heeft uitgezeten zal zijn vi-datum ingaan. Dat betekent dat hij na twee jaar in vrijheid zal worden gesteld en dat hij over ongeveer 1,5 jaar weer in Nederland kan zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06cb813d0104fe21f43ea320a8db1a3b23bd0f8a18b163aad05448b1c4783dee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06cb813d0104fe21f43ea320a8db1a3b23bd0f8a18b163aad05448b1c4783dee, en de alinea staat in dat document op bytes 9058 tot 9810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06cb813d0104fe21f43ea320a8db1a3b23bd0f8a18b163aad05448b1c4783dee | shasum -a 256