Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2017
Onder 2.3. Hoge Raad 10 oktober 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2578.
Wanneer aan de stukken of het verhandelde ter terechtzitting duidelijke aanwijzingen kunnen worden ontleend dat de betrokkene niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, behoort het onderzoek ter terechtzitting, dat op grond van een oproeping die op wettige wijze is betekend, rechtsgeldig is aangevangen, te worden geschorst teneinde de betrokkene in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek aanwezig te zijn. Die schorsing behoort in de regel plaats te hebben, onder meer in het geval dat op de terechtzitting blijkt dat de betrokkene op dat moment uit anderen hoofde is gedetineerd. In dat geval dient het onderzoek ter terechtzitting te worden geschorst opdat de gedetineerde betrokkene alsnog in de gelegenheid wordt gesteld op een nadere terechtzitting aanwezig te zijn (vgl. HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06cb813d0104fe21f43ea320a8db1a3b23bd0f8a18b163aad05448b1c4783dee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06cb813d0104fe21f43ea320a8db1a3b23bd0f8a18b163aad05448b1c4783dee, en de alinea staat in dat document op bytes 11746 tot 12662.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06cb813d0104fe21f43ea320a8db1a3b23bd0f8a18b163aad05448b1c4783dee | shasum -a 256