Citaat | Hoge Raad 17 oktober 2017

Onder 2.2. Hoge Raad 17 oktober 2017

Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2631.

In telefoon BB4 van [verdachte] zijn chatsessies aangetroffen. Zij beslaan een tijdsbestek van 29 juni 2013 tot en met 28 juli 2013. Op 29 juni 2013 geeft [betrokkene 2] aan [verdachte] door dat hij om vier uur moet inchecken. Hij vraag waar hij een .45 kan ophalen. [verdachte] geeft een nummer uit Dominica. Op 1 juli vraagt [verdachte] aan [betrokkene 2] of Diane al met haar mensen heeft gesproken. [betrokkene 2] zegt dat op het vliegveld een scanner aanwezig is. [verdachte] geeft aan [betrokkene 1] door dat zij vermoedelijk voor 55.000 150 aan "food" willen aanschaffen. [betrokkene 1] zegt [verdachte] het te nemen om vertrouwen te kweken onder voorwaarde dat deze week de helft betaald wordt en volgende week de andere helft. Op 2 juli vertelt [betrokkene 2] aan [verdachte] dat sommige pakketten nat zijn geworden. [betrokkene 2] zegt dat tussen het plastic en de blok (brick) olie zit, dat het goed lijkt, maar dat je dat pas weet als je het kookt of snuit (snoot), en dat er iets verzonnen moet worden om het weg te krijgen. Op 4 juli zegt [betrokkene 1] dat hij het geld heeft, maar dat hij nog 50 nodig heeft. Op 6 juli zegt [betrokkene 2] tegen [verdachte] dat het hen gaat lukken (we getting tru). Op 8 juli bericht [betrokkene 2] aan [verdachte] dat C van plan is het ding dit weekend te verplaatsen. Op 9 juli zegt [betrokkene 1] dat [verdachte] "the food" van de boot kan halen. Op 12 juli zegt [betrokkene 1] dat [verdachte] met "the Stuff" moet komen. Op 14 juli bericht [betrokkene 2] [verdachte] dat er een probleem is. [betrokkene 8] wil niet alles in een keer doen, maar in twee keer. Het moet meekomen met een grote machine. Op 16 juli zegt [verdachte] tegen [betrokkene 2] dat hij nog $ 6.000 moet verzenden. Op 16 juli maken [betrokkene 3] en nog iemand geld over naar Dominica via Western Union. Op 17 juli geeft [betrokkene 2] aan [verdachte] door dat $ 24.000 is ontvangen. Op 18 juli geeft [betrokkene 2] door dat hij wacht tot de rest wordt verzonden. Op 20 juli geeft [betrokkene 2] aan [verdachte] door dat de man dinsdag de rest zal doen (fix up). Op 22 juli zegt [verdachte] dat C bezig is met het geld. Op 24 juli zegt [betrokkene 2] tegen [verdachte] dat hij het zondag zou moeten krijgen. Op 25 juli vraagt [betrokkene 2] wat hij met de 45 moet doen, in zijn huis verstoppen? [verdachte] geeft een antwoord waarin hij over de andere twee spreekt. Op 28 juli zegt [betrokkene 1] dat [verdachte] [betrokkene 2] moet ontmoeten in Simpson Bay, Sint Maarten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed621cfd2afa42b4c7ff74b3199ec687c4d3af8157566e3e0875569dbb5a4b53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed621cfd2afa42b4c7ff74b3199ec687c4d3af8157566e3e0875569dbb5a4b53, en de alinea staat in dat document op bytes 27926 tot 30446.