Citaat | Hoge Raad 20 oktober 2017

Onder 3.1.3. Hoge Raad 20 oktober 2017

Een alinea uit Hoge Raad 20 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2659.

Het Hof heeft beslist dat het hoger beroep van belanghebbende in alle onderdelen ongegrond is. Het Hof heeft vervolgens de uitspraak van de Rechtbank alsmede de uitspraken op bezwaar van de Inspecteur vernietigd, de naheffingsaanslagen en de boetebeschikking verminderd onderscheidenlijk vernietigd conform het hiervoor in 3.1.2 vermelde standpunt van partijen, de Inspecteur gelast zowel het bij de Rechtbank als het bij het Gerechtshof Amsterdam betaalde griffierecht te vergoeden. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende geen recht heeft op enige proceskostenvergoeding. Aan dat laatste oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd dat, in aanmerking genomen het oordeel na verwijzing in de hoofdzaak, het geen termen aanwezig acht, gelet op artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Bpb), een proceskostenveroordeling uit te spreken, mede omdat de Hoge Raad in zijn verwijzingsarrest geen termen aanwezig heeft geacht voor een veroordeling in de proceskosten en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam zonder voorbehoud heeft vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3ace136bb117737386541c24de8e1d54abaa670f457dfe638ad4d0aeebce5f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3ace136bb117737386541c24de8e1d54abaa670f457dfe638ad4d0aeebce5f6, en de alinea staat in dat document op bytes 8755 tot 9847.