Citaat | Hoge Raad 17 februari 2017
Onder 3.4.2 Hoge Raad 17 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:272.
De eisen van een goede procesorde kunnen in een concreet geval meebrengen dat het hof de sanctie van art. 429o lid 1 RvA in verbinding met art. 270 lid 5 RvA buiten toepassing moet laten. Dat zal met name het geval zijn indien het hof, ondanks de niet-tijdige betaling van het griffierecht en het daaruit voortvloeiende verval van het hoger beroep, toch gelegenheid aan de desbetreffende procespartij heeft gegeven voor een verdere inhoudelijke proceshandeling, zoals het indienen van een processtuk of het houden van een pleidooi. In zodanig geval mag die procespartij in beginsel erop vertrouwen dat het hoger beroep aanhangig is en dat de door het hof toegelaten proceshandeling niet nodeloos zal blijken te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7d1d284702ae8bf247fef18b189e3579ee2490fc23541d3b744cbfa55cf72d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7d1d284702ae8bf247fef18b189e3579ee2490fc23541d3b744cbfa55cf72d4, en de alinea staat in dat document op bytes 10207 tot 10936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7d1d284702ae8bf247fef18b189e3579ee2490fc23541d3b744cbfa55cf72d4 | shasum -a 256