Citaat | Hoge Raad 17 februari 2017
Onder 3.4.2 Hoge Raad 17 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:272.
In het onderhavige geval mocht [verzoeker] zodanig vertrouwen echter niet hebben. Het hof heeft na indiening van de memorie van antwoord van [verweerder] c.s., maar voorafgaand aan de pleidooien, aan partijen te kennen gegeven dat het griffierecht door [verzoeker] niet tijdig was betaald en dat naar zijn voorlopig oordeel het hoger beroep was vervallen. Het hof heeft [verzoeker] terecht gelegenheid gegeven zich hierover uit te laten (vgl. HR 10 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7255, NJ 2012/230), en wel bij gelegenheid van het pleidooi. [verzoeker] wist derhalve dat de kans bestond dat het hof zou vaststellen dat het hoger beroep ingevolge art. 429o lid 1 RvA in verbinding met art. 270 lid 5 RvA was vervallen, zodat hij niet erop mocht vertrouwen dat het hoger beroep nog aanhangig was en dat het pleidooi (voor zover dat aan een inhoudelijke behandeling van de zaak gewijd was) niet nodeloos zou blijken te zijn. Uit het voorgaande volgt dat de eisen van een goede procesorde in dit geval niet meebrengen dat het hof de sanctie van art. 429o lid 1 RvA in verbinding met art. 270 lid 5 RvA buiten toepassing had moeten laten. Onderdeel 1.b faalt eveneens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7d1d284702ae8bf247fef18b189e3579ee2490fc23541d3b744cbfa55cf72d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7d1d284702ae8bf247fef18b189e3579ee2490fc23541d3b744cbfa55cf72d4, en de alinea staat in dat document op bytes 10948 tot 12126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7d1d284702ae8bf247fef18b189e3579ee2490fc23541d3b744cbfa55cf72d4 | shasum -a 256