Citaat | Hoge Raad 17 februari 2017
Onder 3.2.2 Hoge Raad 17 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:276.
‘3.4 Ingevolge artikel 1:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), zoals dat luidde ten tijde van de huwelijkssluiting, geldt dat goederen die één van de echtgenoten krachtens erfrecht verkrijgt in de gemeenschap van goederen vallen, met uitzondering van goederen waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen (de zogeheten uitsluitingsclausule). Indien het hof met [de vrouw] ervan zou uitgaan dat zij deze onroerende zaken krachtens erfrecht heeft verkregen, zijn deze, nu vaststaat dat er geen uitsluitingsclausule is gemaakt, in de gemeenschap van goederen gevallen. Dit rechtsgevolg treedt niet in indien het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat deze geërfde onroerende zaken in de gemeenschap vallen. De vrouw beroept zich op deze uitzondering en stelt dat onverkorte toepassing van artikel 1:94 lid 1 BW in strijd is met de eisen van de redelijkheid en billijkheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41c9d4af44117c28480de135d369e47a233c4cab28e9adcba19ae50e1766dfcc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41c9d4af44117c28480de135d369e47a233c4cab28e9adcba19ae50e1766dfcc, en de alinea staat in dat document op bytes 9851 tot 10867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41c9d4af44117c28480de135d369e47a233c4cab28e9adcba19ae50e1766dfcc | shasum -a 256