Citaat | Hoge Raad 27 oktober 2017
Onder 3.3.3 Hoge Raad 27 oktober 2017
Een alinea uit Hoge Raad 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2775.
De klacht mist in zoverre feitelijke grondslag dat het hof niet heeft geoordeeld dat art. 7:411 BW (rechtstreeks) toepasselijk is. Het hof heeft bij de beantwoording van de vraag of het annuleringsbeding ten nadele van de consument een “aanzienlijke verstoring van het evenwicht” tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen veroorzaakt, aansluiting gezocht bij deze wetsbepaling en is vervolgens tot het oordeel gekomen dat het annuleringsbeding in de verhouding tussen [verweerder] en Tio onredelijk bezwarend is in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW. Nu het hof de tussen partijen gesloten overeenkomst als een overeenkomst van opdracht in de zin van art. 7:400 lid 1 BW heeft aangemerkt, hetgeen in cassatie terecht niet wordt bestreden, en [verweerder] als opdrachtgever ingevolge art. 7:413 lid 2 BW in verbinding met art. 7:408 lid 3 BW het recht had de overeenkomst op te zeggen, geeft het oordeel van het hof om aansluiting te zoeken bij art. 7:411 BW geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. In zoverre faalt de klacht dus.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebd6b79ed55709d1a7fedc2a62a2f5ce2b210375140665a36bdd74379296e66f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebd6b79ed55709d1a7fedc2a62a2f5ce2b210375140665a36bdd74379296e66f, en de alinea staat in dat document op bytes 16661 tot 17831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebd6b79ed55709d1a7fedc2a62a2f5ce2b210375140665a36bdd74379296e66f | shasum -a 256