Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2017

Onder 2.3. Hoge Raad 31 oktober 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2795.

Zo'n uitzonderlijk geval doet zich voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet nadat door het Openbaar Ministerie gedane, of aan het Openbaar Ministerie toe te rekenen, uitlatingen (of daarmee gelijk te stellen gedragingen) bij de verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen hebben gewekt dat hij niet (verder) zal worden vervolgd. Aan uitlatingen of gedragingen van functionarissen aan wie geen bevoegdheden in verband met de vervolgingsbeslissing zijn toegekend, kan zulk gerechtvaardigd vertrouwen dat (verdere) vervolging achterwege zal blijven evenwel in de regel niet worden ontleend (vgl. HR 8 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5002).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/771e75cff8685a35fdaff7b527d92f647b6d52ec655d4bee28d8d886a57da7e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 771e75cff8685a35fdaff7b527d92f647b6d52ec655d4bee28d8d886a57da7e5, en de alinea staat in dat document op bytes 17056 tot 17715.