Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2017
Onder 2.3. Hoge Raad 31 oktober 2017
Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2795.
Een uitzonderlijk geval als zojuist bedoeld doet zich ook voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur. Aan het oordeel dat het Openbaar Ministerie om deze reden in de vervolging van een verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard dienen zware motiveringseisen te worden gesteld. (Vgl. HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:7, NJ 2013/563.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/771e75cff8685a35fdaff7b527d92f647b6d52ec655d4bee28d8d886a57da7e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 771e75cff8685a35fdaff7b527d92f647b6d52ec655d4bee28d8d886a57da7e5, en de alinea staat in dat document op bytes 17725 tot 18443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/771e75cff8685a35fdaff7b527d92f647b6d52ec655d4bee28d8d886a57da7e5 | shasum -a 256