Citaat | Hoge Raad 31 oktober 2017

Onder 2.5. Hoge Raad 31 oktober 2017

Een alinea uit Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2795.

Opmerking verdient nog dat ook in een geval als het onderhavige niets eraan in de weg staat dat de strafrechter bij de beantwoording van de in art. 350 Sv bedoelde vragen, waaronder de vraag of - in geval geen toepassing wordt gegeven aan art. 9a Sr - de verdachte een straf of maatregel moet worden opgelegd en zo ja welke, rekening houdt met factoren als de consequenties van de vervolging voor de gezondheid van de verdachte en het tijdverloop sinds het tenlastegelegde feit. Van een niet-ontvankelijkheid in de strafvervolging op grond van uitzonderlijke omstandigheden, de persoon van de verdachte betreffende, kan echter slechts sprake zijn indien die omstandigheden meebrengen dat geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kon zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/771e75cff8685a35fdaff7b527d92f647b6d52ec655d4bee28d8d886a57da7e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 771e75cff8685a35fdaff7b527d92f647b6d52ec655d4bee28d8d886a57da7e5, en de alinea staat in dat document op bytes 19734 tot 20626.