Citaat | Hoge Raad 3 november 2017
Onder 3.5 Hoge Raad 3 november 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2807.
Tegen de achtergrond van al het vorenstaande klagen de onderdelen 1.1, 1.2 en 1.3 terecht dat het door het hof gemaakte onderscheid in beschermingsomvang van octrooien voor de in rov. 4.2 van het bestreden arrest genoemde ‘klassieke tweede medische indicatie’ en de ‘subgroep-indicatie’, onjuist is. Naar voortvloeit uit het hiervoor in 3.4.4 overwogene is in alle gevallen van Swiss-type claims voor (directe) inbreuk noodzakelijk, maar ook voldoende, dat de gemiddelde vakman zal menen dat het middel (mede) bestemd of geschikt is voor behandeling waarop het tweede medische indicatie-octrooi ziet, de producent of handelaar voorziet of moet voorzien dat het door hem vervaardigde of aangeboden generieke middel welbewust zal worden aangewend voor die behandeling en hij de hiervoor in 3.4.4 genoemde maatregelen achterwege laat. Voor een categorisch, in abstracto aangebracht onderscheid tussen de beide typen tweede medische indicaties als door het hof aan het slot van rov. 4.4 gemaakt – inzake de specifiek aangegeven bestemming – is in het stelsel van het EOV geen plaats. De overige klachten van onderdeel 1 behoeven geen behandeling. Dat geldt ook voor onderdeel 2.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1f233424ce36733f85aa68228d87102932088562cf9df2c909ef46373753fa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1f233424ce36733f85aa68228d87102932088562cf9df2c909ef46373753fa7, en de alinea staat in dat document op bytes 38806 tot 40005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1f233424ce36733f85aa68228d87102932088562cf9df2c909ef46373753fa7 | shasum -a 256