Citaat | Hoge Raad 3 november 2017
Onder 4.4 Hoge Raad 3 november 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2807.
Een SG-I octrooi beschermt tegen het gebruik van de stof voor de geselecteerde subgroep patiënten. Wanneer deze stof door een derde wordt verhandeld zonder dat daarbij specifiek dit ‘nieuwe’ gebruik wordt vermeld, maar ook zonder dat daarbij enige beperking ten aanzien van het gebruik wordt gesteld, dan kan het zijn dat die stof tevens voor de behandeling van de subgroep wordt gebruikt, maar dit wil - anders dan bij een 2M-I octrooi - nog niet zeggen dat door een ander dan de octrooihouder de voordelen van het geoctrooieerde worden gerealiseerd. Het was immers al in de stand van de techniek bekend om de stof te gebruiken voor de groep patiënten waarvan de subgroep deel uitmaakt zodat die stof ook kon worden gebruikt voor de behandeling van die subgroep. Om de voordelen van een SG-I uitvinding te realiseren is het daarom nodig dat de stof specifiek voor de subgroep wordt gebruikt (en in casu bovendien voor een specifieke behandelingsduur). Dit brengt met zich dat (…) de beschermingsomvang van een SG-I octrooi beperkt is tot de situatie waarin door de derde specifiek wordt aangegeven dat de stof voor de subgroep is bestemd (en in dit geval tevens voor de specifieke behandelingsduur).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1f233424ce36733f85aa68228d87102932088562cf9df2c909ef46373753fa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1f233424ce36733f85aa68228d87102932088562cf9df2c909ef46373753fa7, en de alinea staat in dat document op bytes 25577 tot 26798.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1f233424ce36733f85aa68228d87102932088562cf9df2c909ef46373753fa7 | shasum -a 256