Citaat | Hoge Raad 17 februari 2017

Onder 3.3.2 Hoge Raad 17 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:284.

Onderdeel 1.a is tevergeefs voorgesteld. Het verval van het hoger beroep op de voet van art. 270 lid 5 RvA vindt van rechtswege plaats als de betaling van het griffierecht niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft plaatsgevonden. Noch uit de toelichting op art. 270 lid 5 RvA, noch uit andere door het hof bekendgemaakte regelingen, volgt dat het hof ertoe is gehouden om onmiddellijk na het verstrijken van de betalingstermijn voor het griffierecht vast te stellen dat het hoger beroep is vervallen. Ook HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3630, NJ 2016/33 biedt daarvoor geen aanknopingspunten. Die uitspraak gaat over de uitleg van art. 127a Rv, ingevolge welke bepaling – anders dan bij art. 270 lid 5 RvA het geval is – de rechter de zaak moet aanhouden zolang het griffierecht niet is voldaan en de termijn van betaling nog loopt, en in geval van niet-tijdige betaling, behoudens een geslaagd beroep op de hardheidsclausule, het ontslag van de instantie moet uitspreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdae2dc3467cac357c9a6c525ec86ae3400bc5f2843a27c375d6bc305dabe5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdae2dc3467cac357c9a6c525ec86ae3400bc5f2843a27c375d6bc305dabe5e, en de alinea staat in dat document op bytes 8636 tot 9635.