Citaat | Hoge Raad 10 november 2017
Onder 4.1 Hoge Raad 10 november 2017
Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2850.
Samengevat en voor zover voor het principale beroep van belang, heeft het hof in zijn tussenarrest van 14 juli 2015 als volgt geoordeeld. Na in rov. 4.19 de maatstaven van HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:831, NJ 2015/479 (Novitaris) te hebben vooropgesteld, heeft het hof in rov. 4.24 geoordeeld dat [betrokkene 3] en [betrokkene 2] geen rechtmatig belang hadden bij het verlangen van recht van hypotheek voor de vorderingen op de vader, behoudens de beide geldleningen van € 175.000,-- (zie hiervoor in 3.1 onder (v)). Dusdoende hebben [betrokkene 3] en [betrokkene 2] de gelijke mogelijkheden doorkruist die de vier kinderen hadden tot verhaal van hun vorderingen uit de ouderlijke boedelverdeling en uit de schenkingen op papier. Er bestond een concreet gevaar dat [verweerder] en [betrokkene 1] hun vorderingen niet op de nalatenschap zouden kunnen verhalen en dit gevaar heeft zich ook verwezenlijkt. De Notaris wist van dit gevaar. Onder deze omstandigheden had hij moeten weigeren mee te werken aan het verlijden van de hypotheekakte voor zover daarbij zekerheid werd verleend voor de andere vorderingen dan die uit de beide geldleningen, aldus het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa405ca0a152e9fadb7d159b28ce276e9b91df9473804d431559831c5ae66137. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa405ca0a152e9fadb7d159b28ce276e9b91df9473804d431559831c5ae66137, en de alinea staat in dat document op bytes 16794 tot 17996.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa405ca0a152e9fadb7d159b28ce276e9b91df9473804d431559831c5ae66137 | shasum -a 256