Citaat | Hoge Raad 10 november 2017

Onder 5.2.2 Hoge Raad 10 november 2017

Een alinea uit Hoge Raad 10 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2850.

Voor zover onderdeel 2 erover klaagt dat het hof heeft nagelaten om de constructie als geheel op onrechtmatigheid te toetsen, mist het feitelijke grondslag. Het hof heeft in zijn overwegingen niet alleen de individuele onderdelen van de constructie op onrechtmatigheid beoordeeld, maar ook de constructie als geheel. In rov. 4.26 heeft het hof “op grond van al het vorenstaande” geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de Notaris onrechtmatig heeft gehandeld, behoudens wat betreft de medewerking aan het verlijden van de hypotheekakte voor zover daarbij zekerheid is verleend voor de andere vorderingen dan die uit geldlening. Het hof voegt daaraan toe dat in het bijzonder niet is komen vast te staan dat de Notaris door het meewerken aan “de constructie van het plan” welbewust de benadeling en onterving van [verweerder] heeft gepland. Hieruit volgt genoegzaam, mede in verband met rov. 4.16, dat het hof ook de constructie als geheel op onrechtmatigheid heeft beoordeeld en dat het oog heeft gehad voor de omstandigheden waaronder de onterving heeft plaatsgevonden. De hierop gerichte klachten van onderdeel 2 kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa405ca0a152e9fadb7d159b28ce276e9b91df9473804d431559831c5ae66137. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa405ca0a152e9fadb7d159b28ce276e9b91df9473804d431559831c5ae66137, en de alinea staat in dat document op bytes 30190 tot 31374.