Citaat | Hoge Raad 24 februari 2017

Onder 2.3.3. Hoge Raad 24 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:288.

Verder wordt vooropgesteld dat terecht niet in geschil is dat door de wijze van verzamelen, vastleggen, bewerken, bewaren, en door het gebruik van de met ANPR‑camera’s verkregen gegevens, het privéleven van de betrokkenen wordt geraakt. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat het hier niet gaat om één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland, op een zodanige wijze dat die gegevens aan de hand van het kenteken tot een bepaald voertuig en daarmee (in beginsel) tot een bepaalde persoon kunnen worden herleid, en waarbij het doel (mede) is om aan de hand van een analyse van die gegevens per voertuig een beeld te krijgen van de verplaatsingen daarvan gedurende een jaar (vgl. EHRM 2 september 2010, Uzun vs. Germany, nr. 35623/05, par. 44 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d78a9b3914060d6639aa67dd3a696bfae2bdd45f88acc22bd33615d8fb61cfb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d78a9b3914060d6639aa67dd3a696bfae2bdd45f88acc22bd33615d8fb61cfb, en de alinea staat in dat document op bytes 14434 tot 15375.