Citaat | Hoge Raad 24 februari 2017
Onder 2.3.4. Hoge Raad 24 februari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:289.
De in artikel 11, lid 3, AWR opgenomen termijn van drie jaren voor het opleggen van een aanslag brengt daarin geen verandering. De in die bepaling bedoelde bevoegdheid tot het opleggen van aanslagen kan, zoals het Hof terecht tot uitgangspunt heeft genomen, alleen worden uitgeoefend met betrekking tot heffingen bij wege van aanslag waarvoor een ten tijde van die oplegging toepasselijke wettelijke grondslag bestaat. Die grondslag ontbreekt na de intrekking van de Verordening, met inbegrip van de daarin opgenomen bepaling dat de heffing plaatsvindt bij wege van aanslag. Daaraan kan niet afdoen dat de materiële belastingschuld al voorafgaand aan die intrekking, in 2013, was ontstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82e0ec8000174c8b5f737a07189e9759e381811090c8f9109137e2c52382404e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82e0ec8000174c8b5f737a07189e9759e381811090c8f9109137e2c52382404e, en de alinea staat in dat document op bytes 11814 tot 12517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82e0ec8000174c8b5f737a07189e9759e381811090c8f9109137e2c52382404e | shasum -a 256