Citaat | Hoge Raad 17 november 2017
Onder 5.6 Hoge Raad 17 november 2017
Een alinea uit Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2905.
Gelet op de inhoud van de brief van 13 augustus 2015, waarin ook nog met zoveel woorden staat dat de brief bedoeld is als aanzegging in de zin van artikel 7:668 lid 1 BW, was naar het oordeel van het hof de aanzegging van Constar onmiskenbaar gericht op het verstrekken van informatie aan [verzoeker] over het vervolg van de arbeidsrelatie als bedoeld in dat wetsartikel. Het hof onderschrijft dan ook niet het oordeel van de kantonrechter dat deze aanzegging het karakter heeft gekregen van een op beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte mededeling. Met het oog op de vervaltermijnen waarmee een werknemer rekening moet houden in geval van een onregelmatige beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou een ruime uitleg van een aanzegging (te weten dat dit een opzegging zou inhouden) ook ten koste kunnen gaan van de bescherming van werknemers. Dat dit de bedoeling van de wetgever zou zijn met het invoeren van de aanzegverplichting onder de Wet werk en zekerheid (hierna: Wwz) heeft het hof niet in de parlementaire geschiedenis van de Wwz kunnen lezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0391ebb4b348bb33d52ab5694495629289e9349f2df8ea8abb57e1f3674cf45a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0391ebb4b348bb33d52ab5694495629289e9349f2df8ea8abb57e1f3674cf45a, en de alinea staat in dat document op bytes 13009 tot 14109.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0391ebb4b348bb33d52ab5694495629289e9349f2df8ea8abb57e1f3674cf45a | shasum -a 256