Citaat | Hoge Raad 17 november 2017

Onder 3.3 Hoge Raad 17 november 2017

Een alinea uit Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2905.

De onderdelen 1.1-1.3 en 2.1-2.5 klagen dat het hof met zijn oordeel dat de brief van Constar van 13 augustus 2015 “onmiskenbaar” bedoeld was als een aanzegging in de zin van art. 7:668 lid 1 BW, heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de art. 3:33 en 3:35 BW, althans dat zijn oordeel onbegrijpelijk is in het licht van de stellingen van [verzoeker] en de omstandigheden van het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0391ebb4b348bb33d52ab5694495629289e9349f2df8ea8abb57e1f3674cf45a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0391ebb4b348bb33d52ab5694495629289e9349f2df8ea8abb57e1f3674cf45a, en de alinea staat in dat document op bytes 14506 tot 14941.