Citaat | Hoge Raad 24 november 2017
Onder 2.3.6. Hoge Raad 24 november 2017
Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2986.
Indien in belastingzaken al een mogelijkheid zou worden aanvaard tot het horen van anonieme getuigen, past het binnen de overigens in Nederland geldende regels om die mogelijkheid sterk te begrenzen. Het horen van een anonieme getuige leidt immers voor een partij die de identiteit van de getuige niet kent tot een aanzienlijke beperking van de mogelijkheden om de geloofwaardigheid van die getuige ter discussie te stellen. Beginselen van behoorlijk procesrecht brengen mee dat een zodanige beperking slechts toelaatbaar is indien zij strikt noodzakelijk is (zie met betrekking tot de rechten van de verdediging op grond van artikel 6 EVRM het arrest EHRM 23 april 1997, Van Mechelen e.a., NJ 1997/635, par. 58). In overeenstemming daarmee maakt de regeling van de artikelen 226a e.v. Sv het horen van een anonieme getuige alleen mogelijk indien, met het oog op de door de getuige af te leggen verklaring, voor het leven, de gezondheid of de veiligheid dan wel de ontwrichting van het gezinsleven of het sociaal-economische bestaan van die getuige of van een andere persoon moet worden gevreesd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fe26ebffa8fe68e659cd3372e0db80bb28ace8c9644c31e6d51ce9f8cef3c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fe26ebffa8fe68e659cd3372e0db80bb28ace8c9644c31e6d51ce9f8cef3c60, en de alinea staat in dat document op bytes 9834 tot 10944.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fe26ebffa8fe68e659cd3372e0db80bb28ace8c9644c31e6d51ce9f8cef3c60 | shasum -a 256