Citaat | Hoge Raad 24 november 2017
Onder 3.4.4 Hoge Raad 24 november 2017
Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2991.
Daarom staat (de strekking van) art. 249 Fw niet eraan in de weg dat een vordering ter zake van tijdens de surseance tot aan de opvolgende faillietverklaring vervallen rente – die ingevolge art. 260 lid 1 Fw in de surseance buiten beschouwing is gebleven – in het faillissement wordt geverifieerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11b0b2cd60e571f63eac2ba5964bf598084342674d4cacf798d51b44f38978c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11b0b2cd60e571f63eac2ba5964bf598084342674d4cacf798d51b44f38978c4, en de alinea staat in dat document op bytes 13757 tot 14073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11b0b2cd60e571f63eac2ba5964bf598084342674d4cacf798d51b44f38978c4 | shasum -a 256