Citaat | Hoge Raad 3 januari 2017
Onder 2.7. Hoge Raad 3 januari 2017
Een alinea uit Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:3.
"2.11. In een geval waarin het belang van strafvordering het voortduren van een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag niet meer vordert en waarin een derde - als zodanig kan ook gelden degene onder wie het beslag feitelijk is gelegd, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht - op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend strekkende tot teruggave, dient de rechter te beoordelen of de klager die stelt rechthebbende te zijn, inderdaad redelijkerwijs als rechthebbende op het inbeslaggenomene kan worden aangemerkt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d06473330d93a5622ab239df5d17434f69e821431da46635c5c77615a49bd74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d06473330d93a5622ab239df5d17434f69e821431da46635c5c77615a49bd74, en de alinea staat in dat document op bytes 13957 tot 14524.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d06473330d93a5622ab239df5d17434f69e821431da46635c5c77615a49bd74 | shasum -a 256