Citaat | Hoge Raad 3 januari 2017

Onder 2.7. Hoge Raad 3 januari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 3 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:3.

De tussen gedachtestrepen gezette zinsnede had het oog op de situatie dat degene tegen wie het strafrechtelijk onderzoek is gericht het voor beslag vatbare voorwerp in de feitelijke macht heeft gebracht van een ander. Bij nader inzien moet worden geoordeeld dat er geen reden is die ander, onder wie op de voet van art. 94 Sv beslag is gelegd, als 'derde' en niet als beslagene aan te merken. Indien het belang van strafvordering niet (meer) aanwezig is, dient het inbeslaggenomen voorwerp aan deze, als beslagene, te worden teruggegeven. Rechtsoverweging 2.11 van de (overzichts)beschikking van 28 september 2010 dient derhalve te worden gelezen zonder deze zinsnede.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d06473330d93a5622ab239df5d17434f69e821431da46635c5c77615a49bd74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d06473330d93a5622ab239df5d17434f69e821431da46635c5c77615a49bd74, en de alinea staat in dat document op bytes 14589 tot 15270.