Citaat | Hoge Raad 24 november 2017

Onder 3.3.2 Hoge Raad 24 november 2017

Een alinea uit Hoge Raad 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3017.

Deze klacht slaagt. In geval van het faillissement van de pandgever kan de debiteur van de verpande vordering zijn tegenvordering verrekenen met overeenkomstige toepassing van art. 53 lid 3 Fw, zonder dat de pandhouder een beroep toekomt op art. 6:136 BW, en wel in verband met het belang dat de debiteur van de verpande vordering erbij heeft zijn schuld aan de boedel als ‘onderpand’ te kunnen beschouwen (zie laatstelijk HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7391, NJ 2014/521, rov. 3.6.2). Na verwijzing zal de gegrondheid van de tegenvordering van Artis derhalve alsnog moeten worden onderzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1356cd80e5b21f6c572e10ac268258f7ee97e90133fbc777f333a526efb63067. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1356cd80e5b21f6c572e10ac268258f7ee97e90133fbc777f333a526efb63067, en de alinea staat in dat document op bytes 11593 tot 12224.