Citaat | Hoge Raad 28 november 2017

Onder 2.3. Hoge Raad 28 november 2017

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3020.

Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende gebleken. Bij een doorzoeking in de woning van de verdachte is in zijn slaapkamer een bedrag van € 2.350,00 aangetroffen, bestaande uit drie biljetten van € 500,00, vier biljetten van € 100,00 en negen biljetten van € 50,00. De verdachte heeft blijkens informatie van het UWV, DWI en de Belastingdienst vanaf 2012 geen inkomsten uit arbeid of uitkering gehad. Op basis van deze feiten en omstandigheden is sprake van een vermoeden van witwassen. Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft aangaande het bij hem aangetroffen geldbedrag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f6d85215a36f58540e132900e0b5444fcf1b6d10fc1978b17e20af6542becd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f6d85215a36f58540e132900e0b5444fcf1b6d10fc1978b17e20af6542becd9, en de alinea staat in dat document op bytes 14642 tot 15399.