Citaat | Hoge Raad 28 november 2017
Onder 2.3.3. Hoge Raad 28 november 2017
Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3022.
Hetgeen hiervoor onder 2.3.2 is weergegeven, kan ook van belang zijn in een geval als het onderhavige waarin weliswaar met betrekking tot de toedracht van de diefstal niet is vastgesteld dat deze door medeplegers is begaan, maar dat zich wel kenmerkt door de omstandigheid dat kort na de diefstal de verdachte met een ander of anderen wordt aangetroffen in omstandigheden die op betrokkenheid bij de diefstal duiden, terwijl er geen contra-indicaties met betrekking tot het medeplegen door de verdachte bestaan (zoals wel het geval was in HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1319, NJ 2016/414).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf8add79537ab812bf1b74a318b3be27208793988da5b53cf15513fdc4543ff3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf8add79537ab812bf1b74a318b3be27208793988da5b53cf15513fdc4543ff3, en de alinea staat in dat document op bytes 21573 tot 22189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf8add79537ab812bf1b74a318b3be27208793988da5b53cf15513fdc4543ff3 | shasum -a 256