Citaat | Hoge Raad 28 november 2017

Onder 2.4.1. Hoge Raad 28 november 2017

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3022.

Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof onder meer het volgende vastgesteld. Op 17 maart 2015 is ingebroken bij de [A] te Weesp, waarbij een laptop is weggenomen. Zeer kort daarna wordt de auto waarin de verdachte en drie anderen zijn aangetroffen, gezien op korte afstand (hemelsbreed 1 kilometer) van die [A] . Wanneer verbalisanten deze auto volgen, wordt door de bestuurder van de auto geprobeerd de achtervolgers af te schudden en worden vanuit de auto door een ander dan de bestuurder inbrekerswerktuigen uit het raam gegooid. In die auto wordt de weggenomen laptop aangetroffen. Voorts heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat de verdachte niet een aannemelijke verklaring heeft gegeven als hiervoor onder 2.3.2 bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf8add79537ab812bf1b74a318b3be27208793988da5b53cf15513fdc4543ff3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf8add79537ab812bf1b74a318b3be27208793988da5b53cf15513fdc4543ff3, en de alinea staat in dat document op bytes 22281 tot 23026.