Citaat | Hoge Raad 1 december 2017

Onder 2.5.3. Hoge Raad 1 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3037.

Bij de behandeling van middel II wordt vooropgesteld dat de Unieregeling niet zo ruim mag worden toegepast dat zij misbruiken van ondernemers zou dekken, dat wil zeggen transacties die niet zijn verricht in het kader van normale handelstransacties, maar uitsluitend met het doel om de door het Unierecht toegekende voordelen oneigenlijk te verkrijgen. Anderzijds heeft te gelden dat een ondernemer zich bij zijn keuze tussen handelingen mede kan laten leiden door fiscale overwegingen in verband met het btw-stelsel. Wanneer een belastingplichtige kan kiezen tussen twee handelingen, is hij niet op grond van BTW‑richtlijn 2006 verplicht die handeling te kiezen waarvoor het hoogste bedrag aan btw is verschuldigd. De belastingplichtige heeft integendeel het recht om zijn activiteit zodanig te structureren dat de omvang van zijn belastingschuld beperkt blijft (vergelijk het arrest Weald Leasing, punten 26 en 27, en de aldaar aangehaalde rechtspraak).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aec3fdb231042cd3dcbb98c5a9e35111bed52d374a12e3b0766f4c8234253aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aec3fdb231042cd3dcbb98c5a9e35111bed52d374a12e3b0766f4c8234253aa, en de alinea staat in dat document op bytes 23116 tot 24085.