Citaat | Hoge Raad 1 december 2017

Onder 2.5.5. Hoge Raad 1 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3037.

De toepassing van de vrijstelling als bedoeld in artikel 11, lid 1, letter e, van de Wet op de dienstverlening van [A] jegens de leden, brengt met zich dat [A] in zoverre geen recht heeft op aftrek van de haar in rekening gebrachte omzetbelasting. Deze situatie wordt niet anders doordat het sportcomplex haar door een ander – belanghebbende - tegen vergoeding ter beschikking wordt gesteld. Ook in deze situatie kan [A] de haar – ditmaal ter zake van de terbeschikkingstelling van het sportcomplex - in rekening gebrachte omzetbelasting niet in aftrek brengen. Derhalve kan niet worden gezegd dat door het tussenschakelen van belanghebbende een aftrekrecht voor [A] wordt gecreëerd. Daaraan doet niet af dat de omzetbelasting die drukt op de kosten van het onderhoud (en de renovatie) van het complex bij belanghebbende wel voor aftrek in aanmerking komt omdat de terbeschikkingstelling van het complex door belanghebbende aan [A] een belaste prestatie is (vgl. HR 25 april 2014, nr. 13/00959, ECLI:NL:HR:2014:979, BNB 2014/158, rechtsoverwegingen 5.1, 5.5 en 5.6, en HR 6 januari 2017, nr. 15/03526, ECLI:NL:HR:2017:5, BNB 2017/90).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aec3fdb231042cd3dcbb98c5a9e35111bed52d374a12e3b0766f4c8234253aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aec3fdb231042cd3dcbb98c5a9e35111bed52d374a12e3b0766f4c8234253aa, en de alinea staat in dat document op bytes 28402 tot 29556.