Citaat | Hoge Raad 24 februari 2017

Onder 4.5.2 Hoge Raad 24 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:305.

Onderdeel II.4 treft doel. Het betoogt, onder verwijzing naar diverse vindplaatsen in de memorie van antwoord, dat [eiser] voor het hof uitdrukkelijk heeft betwist dat hij in de nakoming van zijn zorgverplichting is tekortgeschoten en dat hij eveneens heeft betwist dat sprake is van voor vergoeding in aanmerking komende schade. Hij heeft daarbij onder meer verwezen naar het aan beide partijen bekende gebruik dat van het motorblok zou worden gemaakt. De door het hof geciteerde passage uit de verklaring van [verweerder] ter comparitie heeft geen wezenlijk andere inhoud dan de stellingen van [verweerder] die door [eiser] in zijn memorie van antwoord waren betwist. In zoverre geldt ook hier dat het hof hetzij ten onrechte zijn oordeel enkel heeft gegrond op de wederzijdse verklaringen ter comparitie zonder rekening te houden met het reeds in de stukken ingenomen standpunt van [eiser] , hetzij ten onrechte heeft nagelaten te motiveren waarom de gang van zaken ter comparitie de doorslag heeft gegeven ten gunste van het standpunt van [verweerder] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0811c5fb8f02e3de8b609ea70987d8fcfaa95bc4d55dec786a7b97f4800fe63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0811c5fb8f02e3de8b609ea70987d8fcfaa95bc4d55dec786a7b97f4800fe63, en de alinea staat in dat document op bytes 21162 tot 22232.