Citaat | Hoge Raad 1 december 2017
Onder 2.2.2. Hoge Raad 1 december 2017
Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3056.
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsvrouw en raadsman (hierna: de verdediging) van de verdachte het verweer gevoerd dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken nu het ten laste gelegde opzet niet bewezen kan worden verklaard. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat bij het ontbreken van jurisprudentie over het onderwerp van (aanmerkelijke) wijziging van het uiteindelijke belang en de standpunten binnen de literatuur objectief bezien sprake is van een pleitbaar standpunt. De verdachte heeft zich immers laten bij staan door professionals die hij voor deskundig mocht houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/675efcffa054ac77cf23e20e4c8caec2b684dad058fd003116b444ee4b2968c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 675efcffa054ac77cf23e20e4c8caec2b684dad058fd003116b444ee4b2968c6, en de alinea staat in dat document op bytes 8783 tot 9422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/675efcffa054ac77cf23e20e4c8caec2b684dad058fd003116b444ee4b2968c6 | shasum -a 256