Citaat | Hoge Raad 24 februari 2017

Onder 3.3 Hoge Raad 24 februari 2017

Een alinea uit Hoge Raad 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:306.

Eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen (art. 217 Rv). Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert. (HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602, NJ 2015/295, en HR 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2534, NJ 2015/369)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8ecc7051cf7b4b664121382cd78812998aedb4fb41bddcd6999d06d9175ec7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8ecc7051cf7b4b664121382cd78812998aedb4fb41bddcd6999d06d9175ec7b, en de alinea staat in dat document op bytes 11113 tot 11912.