Citaat | Hoge Raad 8 december 2017

Onder 2.3.2. Hoge Raad 8 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3079.

Ingevolge artikel 12a, lid 1, van de Wet kan, voor zover hier van belang, bpm worden nageheven van degene op wiens naam het kenteken is gesteld ingeval een op zijn naam geregistreerde bestelauto zodanig wordt veranderd dat deze de hoedanigheid van personenauto verkrijgt en ten tijde van de constatering van het gebruik van de openbare weg met die personenauto de belasting die op de voet van artike1 1, lid 3, van de Wet is verschuldigd ter zake van de aanvang van het gebruik als personenauto van de openbare weg, niet is betaald. Ingevolge artikel 12a, lid 1, laatste volzin, van de Wet wordt in dat geval de aanvang van dit gebruik gesteld op het tijdstip van de hiervoor bedoelde tenaamstelling. Indien degene op wiens naam het motorrijtuig is gesteld evenwel aantoont op welk tijdstip na de tenaamstelling het motorrijtuig in een zodanige staat is gebracht dat het een personenauto is, wordt ingevolge artikel 12a, lid 2, van de Wet de aanvang van het gebruik van de openbare weg gesteld op dat latere tijdstip.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21d1bedebcbff58dd2a22543a935d25a9b3a222b74f07b864041db427af460e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21d1bedebcbff58dd2a22543a935d25a9b3a222b74f07b864041db427af460e8, en de alinea staat in dat document op bytes 12103 tot 13134.