Citaat | Hoge Raad 8 december 2017

Onder 3.4.3 Hoge Raad 8 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3104.

De vraag of een beslissing van een buitenlandse rechter dan wel van een buitenlands scheidsgerecht in de landen van het Koninkrijk al dan niet in aanmerking komt voor erkenning en tenuitvoerlegging, wordt in het Statuut niet aangemerkt als een aangelegenheid van het Koninkrijk. In overeenstemming hiermee kunnen de (Caribische) landen in beginsel zelf beslissen of een door het Koninkrijk gesloten erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag ook voor hen zal gelden (vgl. art. 24-28 Statuut). Wanneer een erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag de grondslag vormt voor een verlof tot tenuitvoerlegging van een buitenlandse (rechterlijke of arbitrale) beslissing in een van de landen van het Koninkrijk, gaat het dan ook niet noodzakelijkerwijs om een verdrag dat voor alle landen van het Koninkrijk in werking is getreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/622ddaeeb40f2d9cc3006bd250678eee60458aedd7dcd962abfe406bd74dbebc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 622ddaeeb40f2d9cc3006bd250678eee60458aedd7dcd962abfe406bd74dbebc, en de alinea staat in dat document op bytes 14292 tot 15152.