Citaat | Hoge Raad 8 december 2017

Onder 3.2.4 Hoge Raad 8 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3105.

De schade die voortvloeit uit het omleggen van de boekingsgelden, is niet in Amsterdam ingetreden, zodat de rechtbank Amsterdam ter zake van de desbetreffende vorderingen geen rechtsmacht kan ontlenen aan art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo (rov. 3.7.2). De rechtbank Amsterdam is echter op grond van art. 6, aanhef en onder 3, EEX-Vo wel bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen die betrekking hebben op het omleggen van de boekingsgelden, omdat de vorderingen in conventie en reconventie voortspruiten uit hetzelfde rechtsfeit in de zin van art. 6, aanhef en onder 3, EEX-Vo (rov. 3.8.2-3.8.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70efcbbd963f946c3fcf9166679431401174794ae67fad2978b7e6e3e7205614. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70efcbbd963f946c3fcf9166679431401174794ae67fad2978b7e6e3e7205614, en de alinea staat in dat document op bytes 14018 tot 14631.