Citaat | Hoge Raad 8 december 2017

Onder 3.4.2 Hoge Raad 8 december 2017

Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3105.

In het toelichtende rapport Jenard op het EEX-Verdrag (PbEU 1979, C 59/28) is over art. 6, aanhef en onder 3, EEX-Verdrag (dat op dit punt overeenstemt met art. 6, aanhef en onder 3, EEX-Vo) opgemerkt dat de vordering in reconventie verknocht moet zijn met de vordering in conventie. Voorts is van belang dat het HvJEU in het Kostanjevec-arrest (HvJEU 12 oktober 2016, zaak C-185/15, ECLI:EU:C:2016:763, NJ 2017/154, rov. 37) een ruime uitleg heeft gegeven aan art. 6, aanhef en onder 3, EEX-Vo. In dat arrest is geoordeeld dat deze bevoegdheidsbepaling partijen in staat stelt – om redenen van goede rechtsbedeling en ter vermijding van overbodige en meervoudige procedures – hun wederzijdse aanspraken die een gemeenschappelijke grond hebben, binnen het bestek van een en hetzelfde geding en voor dezelfde rechter af te wikkelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70efcbbd963f946c3fcf9166679431401174794ae67fad2978b7e6e3e7205614. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70efcbbd963f946c3fcf9166679431401174794ae67fad2978b7e6e3e7205614, en de alinea staat in dat document op bytes 18596 tot 19444.