Citaat | Hoge Raad 8 december 2017
Onder 3.5 Hoge Raad 8 december 2017
Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3105.
Onderdeel 2 is gericht tegen het oordeel van het hof dat de rechtbank Amsterdam op grond van art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo (thans: art. 7, aanhef en onder 2, Verordening (EU) nr. 1215/2012) internationaal bevoegd is ter zake van de vorderingen die verband houden met de verwateringsbesluiten. De in het onderdeel vervatte klachten – die ertoe strekken dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het Erfolgsort in Amsterdam is gelegen – kunnen bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. De vaststaande feiten laten immers, in het licht van hetgeen hiervoor in 3.4.1-3.4.3 is overwogen en mede gelet op het in cassatie tevergeefs bestreden oordeel van het hof in rov. 3.8.3, geen ander oordeel toe dan dat de rechtbank Amsterdam ook ter zake van de (reconventionele) vorderingen met betrekking tot de verwateringsbesluiten op grond van art. 6, aanhef en onder 3, EEX-Vo internationaal bevoegd is. Laatstgenoemde vorderingen spruiten onmiskenbaar voort uit hetzelfde feitencomplex als de vordering in conventie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70efcbbd963f946c3fcf9166679431401174794ae67fad2978b7e6e3e7205614. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70efcbbd963f946c3fcf9166679431401174794ae67fad2978b7e6e3e7205614, en de alinea staat in dat document op bytes 20434 tot 21484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/70efcbbd963f946c3fcf9166679431401174794ae67fad2978b7e6e3e7205614 | shasum -a 256